Het opsporen van Implanon en Implanon NXT

Soms lukt het niet het Implanonstaafje te voelen op de plaats waar het is ingebracht. Dit is geen probleem als het staafje niet verwijderd hoeft te worden. De dagelijkse afgifte van het etonogestrel blijft gewoon doorgaan ongeacht waar het staafje zich bevindt. Als het staafje niet gevoeld wordt is het ook mogelijk niet aanwezig. De kans dat het niet aanwezig is is groter als de cyclus na het inbrengen een normaal patroon gaat krijgen. Is het staafje niet aanwezig -meestal een gevolg van een verkeerde inbrengtechniek- dan is er ook geen bescherming tegen zwangerschap.

Opsporing is gewenst bij:

Techniek van het opsporen

Het zoekgeraakte staafje kan het best worden opgespoord met behulp van ultrasound (echo) diagnostiek bij voorkeur door een radioloog, die bekend is met Implanon.

Het Implanon NXT staafje bevat 15 mg bariumsulfaat voor röntgenherkenning. Dat maakt ook opsporing mogelijk met röntgendiagnostiek in twee richtingen.

1. Om de schaduw van het staafje zichtbaar te maken is het gebruik van een linear array 12 mHz transducer noodzakelijk. Is slechts een transducer met een geringere frequentie beschikbaar, dan is een patch nodig om toch de oppervlakkige lagen te kunnen scannen. Een transducer met een curved array, die gebruikt wordt bij de obstetrische ultrasound diagnostiek is ongeschikt. 
2. Scan loodrecht op de plaats waar het staafje zich vermoedelijk zal bevinden. Als regel ligt het distale uiteinde ca. 1 cm craniaal van de insteekopening. Is het staafje ingebracht als bij een injectie -uit de inserter geduwd- dan is de kans op een meer craniale ligging groter (v.a. ca.5 cm vanaf de insteekopening).
3. De schaduw achter het staafje is als een soort waaier zichtbaar. Markeer de richting waarin het staafje ligt met een markeerstift.
4. Bepaal exact begin- en uiteinde van het staafje. Hierbij kan een wattenstokje als hulpmiddel worden gebruikt. N.B. Het Implanonstaafje heeft een lengte van 4 cm.
5. Markeer begin en einde van het staafje en bepaal ook de afstand tot de huid. Het staafje kan het makkelijkst gevonden worden door een incisie in de lengterichting van het staafje te maken bij het uiteinde, dat het dichtst onder de huid is gelegen.

Het opsporen kan ook met MRI, maar deze techniek heeft geen meerwaarde bij het opsporen. Bovendien is het moeilijk de exacte plaats te bepalen doordat tijdens MRI onderzoek de arm in een andere positie ligt dan bij het verwijderen van het implantaat. Middels röntgendiagnostiek is het slechts in ca. de helft van de gevallen mogelijk het staafje zichtbaar te maken. Wil men het staafje na de localisatie ook daadwerkelijk succesvol verwijderen dan is het zinvol tijdens de diagnostische procedure mee te kijken. Met name de positie van de arm van patiënte is van belang. Al bij een geringe afwijking van de positie van de arm bij het verwijderen van het staafje is het mogelijk dat het staafje zich niet meer bevindt op de plaats van de markering. Dit kan aanleiding zijn tot onnodig grote incisies alvorens het staafje wordt gevonden. Verwijdering is ten alle tijde mogelijk onder locaal anaesthesie.

(terug naar algemene pagina Implanon)

Deze pagina werd voor het laatst bijgewerkt op 17 januari 2020

home copyright disclaimer privacy