Verwijderen Implanon NXT

(instructiefilm verwijderen) (SmPc versie oktober 2019)

Het verwijderen van Implanon NXT moet plaatsvinden onder aseptische omstandigheden en alleen door een gekwalificeerde arts die bekend is met de procedure. Als u niet bekend bent met de verwijderingstechniek, neemt u dan voor nadere informatie contact op met de lokale vertegenwoordiger van de handelsvergunninghouder, Merck Sharp & Dohme B.V. 

Alvorens met de verwijderingsprocedure te beginnen, dient de arts de locatie van het implantaat vast te stellen. Controleer de exacte locatie van het implantaat door palpatie. 
Als het implantaat niet palpeerbaar is, raadpleeg dan de waarschuwingskaart voor patiënten of het medisch dossier om te controleren in welke arm het implantaat is ingebracht. Als het implantaat niet gepalpeerd kan worden, kan het diep liggen of gemigreerd zijn. Houd er rekening mee dat het dicht bij vaten en zenuwen kan liggen. Verwijdering van niet-palpeerbare implantaten mag alleen worden uitgevoerd door een arts die ervaren is in het verwijderen van diep geplaatste implantaten en bekend is met het lokaliseren van het implantaat en de anatomie van de arm. Neem voor nadere informatie contact op met de lokale vertegenwoordiger van de handelsvergunninghouder, Merck Sharp & Dohme B.V. Zie rubriek hieronder over ‘Lokalisatie en verwijdering van een niet-palpeerbaar implantaat’ als het implantaat niet palpeerbaar is.

Procedure voor verwijderen van een implantaat dat palpeerbaar is
De afbeeldingen zijn ter illustratie en geven de binnenzijde van de linkerarm weer.
  • Vraag de vrouw om op haar rug op de behandeltafel te gaan liggen. Vraag de vrouw om de elleboog te buigen en de hand onder het hoofd te leggen (of zo dichtbij als mogelijk). (Zie afbeelding 10.)

(Klik op de afbeelding voor vergroting)

  • Lokaliseer het implantaat door palpatie. Druk op het uiteinde van het implantaat dat het dichtst bij de schouder ligt (afbeelding 11) om het te stabiliseren; het uiteinde van het implantaat dat het dichtst bij de elleboog ligt, moet nu zichtbaar zijn als een uitstulping. Als het uiteinde niet omhoog komt, wordt het wellicht moeilijk om het implantaat te verwijderen en moet dit worden uitgevoerd door artsen die ervaring hebben met het verwijderen van dieper gelegen implantaten. Neem voor nadere informatie contact op met de lokale vertegenwoordiger van de handelsvergunninghouder, Merck Sharp & Dohme B.V.
  • Markeer het distale uiteinde (het einde het dichtst bij de elleboog), bijvoorbeeld met een chirurgische marker. 
  • Reinig de plaats met een antiseptische oplossing.

(Klik op de afbeelding voor vergroting)

  • Verdoof de plaats waar de incisie gemaakt zal worden met bijvoorbeeld 0,5 tot 1 ml lidocaïne 1 % (afbeelding 12). Injecteer het verdovende middel onder het implantaat zodat het implantaat dicht onder het huidoppervlak blijft liggen. Injectie van een lokaal anestheticum boven het implantaat kan het verwijderen bemoeilijken.

(Klik op de afbeelding voor vergroting)

  • Druk op het uiteinde van het implantaat dat het dichtst bij de schouder ligt (afbeelding 13) om het tijdens de gehele procedure te stabiliseren. Maak, beginnend boven het dichtst bij de elleboog gelegen uiteinde van het implantaat, een longitudinale incisie (parallel aan het implantaat) van 2 mm in de richting van de elleboog. Pas er daarbij op dat u niet in het uiteinde van het implantaat snijdt.

(Klik op de afbeelding voor vergroting)

  • Het uiteinde van het implantaat zou nu tevoorschijn moeten komen uit de incisie. Als dit niet gebeurt, duwt u het implantaat voorzichtig in de richting van de incisie totdat het uiteinde ervan zichtbaar wordt. Pak het implantaat met een klem en verwijder indien mogelijk het implantaat (afbeelding 14).

(Klik op de afbeelding voor vergroting)

  • Verwijder zo nodig, met behulp van stompe dissectie, op voorzichtige wijze weefsel dat aan het uiteinde van het implantaat vastzit. Als het uiteinde van het implantaat na stompe dissectie niet blootligt, maak dan een incisie in het kapsel en verwijder het implantaat met de klem (afbeelding 15 en 16). 

(Klik op de afbeelding voor vergroting)

  • Als de top van het implantaat niet zichtbaar wordt in de incisie, breng dan voorzichtig een klem (bij voorkeur een gebogen mosquitoklem, met de punten omhoog gericht) oppervlakkig in de incisie (afbeelding 17).

(Klik op de afbeelding voor vergroting)

  • Pak het implantaat voorzichtig en neem de klem over in uw andere hand (afbeelding 18). 

(Klik op de afbeelding voor vergroting)

  • Maak met een tweede klem het weefsel rond het implantaat voorzichtig los en pak het implantaat (afbeelding 19). Het implantaat kan nu verwijderd worden.
  • Als het implantaat niet kan worden gepakt, moet u de procedure stopzetten en de vrouw doorverwijzen naar een arts met ervaring in complexe verwijderingen; of neem contact op met de lokale vertegenwoordiger van de handelsvergunninghouder, Merck Sharp & Dohme B.V.

(Klik op de afbeelding voor vergroting)

  • Meet het verwijderde staafje om te controleren of het in zijn geheel (4 cm lang) verwijderd is. Er zijn meldingen van gebroken implantaten terwijl deze in de arm van de patiënt zaten. In sommige gevallen is gemeld dat de verwijdering van een gebroken implantaat moeilijk was. Als een deel van het implantaat (minder dan 4 cm) wordt verwijderd, dient het resterende deel verwijderd te worden door de instructies in deze rubriek te volgen. 
  • Als de vrouw wil doorgaan met het gebruik van Implanon NXT kan onmiddellijk na het verwijderen, via dezelfde incisie, een nieuw implantaat ingebracht worden, mits deze plaats zich op de juiste locatie bevindt (rubriek 4.2 ‘Hoe wordt Implanon NXT vervangen?’). 
  • Sluit de incisie na het verwijderen van het implantaat met een steriele pleister.
  • Breng een steriel gaasje met drukverband aan om de kans op blauwe plekken te verkleinen. Na 24 uur mag het drukverband verwijderd worden en de steriele pleister over de inbrengplaats na 3 tot 5 dagen
Lokalisatie en verwijdering van een niet-palpeerbaar implantaat (zie voor meer details ook de pagina opsporing)
Er zijn enkele meldingen ontvangen van het verplaatsen van het implantaat. Meestal betreft het kleine verplaatsingen ten opzichte van de oorspronkelijke positie (zie ook rubriek 4.4), maar kan ertoe leiden dat het implantaat niet palpeerbaar is op de plaats waar het is ingebracht. Een implantaat dat diep is ingebracht of dat is verplaatst, kan mogelijk niet gepalpeerd worden en dan zijn beeldvormende procedures zoals hieronder beschreven noodzakelijk om de plaats te bepalen.
Een niet-palpeerbaar implantaat moet altijd gelokaliseerd worden voordat geprobeerd wordt deze te verwijderen. Aangezien het implantaat radiopaak is, zijn geschikte methoden om de plaats te bepalen: tweedimensionale röntgenopname en X-ray computertomografie (CT-scan). Echoscopie met een hoogfrequente lineaire array transducer (10 MHz of hoger) of magnetische resonantie (MRI) kan worden gebruikt. Als het implantaat eenmaal in de arm is gelokaliseerd, moet het verwijderd worden door een arts die ervaren is in het verwijderen van diep geplaatste implantaten en bekend is met de anatomie van de arm. Het gebruik van echoscopische controle tijdens het verwijderen moet worden overwogen.
Als het implantaat niet in de arm gevonden kan worden na uitvoerige pogingen om deze te lokaliseren, raadpleeg dan een radioloog met kennis van het toepassen van geavanceerde beeldvormende technieken van de borst, want er zijn zeldzame meldingen ontvangen van een migratie naar de pulmonaire vaten. Als het implantaat in de borst wordt gevonden, kunnen er chirurgische of endovasculaire procedures nodig zijn om deze te verwijderen; specialisten met kennis van de anatomie van de borst moeten geraadpleegd worden. 
Als op enig moment met deze beeldvormende technieken het implantaat niet te lokaliseren valt, kan de aanwezigheid van Implanon NXT aangetoond worden met een etonogestrelbepaling in bloed. Neem contact op met de lokale vertegenwoordiger van de handelsvergunninghouder voor nader advies. 
Als het implantaat in de arm verplaatst is, kan de verwijdering een kleine chirurgische ingreep met een grotere incisie nodig maken of een chirurgische procedure op de OK. Verwijdering van diep ingebrachte implantaten moet voorzichtig gebeuren om beschadiging van dieper gelegen zenuwen of bloedvaten te helpen voorkomen. 
Niet-palpeerbare en diep ingebrachte implantaten moeten worden verwijderd door artsen die bekend zijn met de anatomie van de arm en het verwijderen van diep ingebrachte implantaten. 
Een explorerende ingreep zonder kennis van de exacte locatie wordt sterk afgeraden. 
Neem contact op met de lokale vertegenwoordiger van de handelsvergunninghouder voor nader advies.

(terug naar algemene pagina Implanon NXT)

Deze pagina werd voor het laatst bijgewerkt op 24 februari 2020

home copyright disclaimer privacy